Opdracht 2: Realisme toevoegen: effect van startgeld

In een officieel potje Monopoly krijg je 1500 euro startgeld en verdient je 200 euro elke keer dat je START passeert. Zo’n eindige hoeveelheid startgeld heeft invloed op de snelheid waarmee je nieuwe straten kan kopen. In deze opdracht zoeken we uit welk effect dit precies heeft.

Let op: we gaan nu een aanpassing aan de bestaande code maken uit opdracht 1; een uitbreiding. Je hoeft dus geen nieuwe file aan te maken en aan het eind van deze opdracht lever je de code monopoly_opdracht1.py in. Die bevat dus opdracht 1 en 2 tegelijk.

Pas in je nieuwe programma de functie simuleer_potje_Monopoly() zo aan dat je elk potje begint met een bepaalde hoeveelheid startgeld en dat je gedurende het spel bijhoudt hoeveel geld je op elk moment hebt. Evalueer nu ook elke keer dat je op een veld terechtkomt die nog te koop staat of je wel genoeg geld heeft om het te kopen. De verwachting is dat je in een potje nu gemiddeld iets meer worpen nodig hebt om alle straten te kopen dan in opdracht 1 waarin geld geen rol speelde.

Voor een enkel potje ziet de code er dus ongeveer zo uit:

aantal_worpen = simuleer_potje_Monopoly(startgeld_speler)

Ook hier zullen we weer net als in opdracht 1 een groot aantal potjes simuleren. Zorg dat het startgeld van de speler meeggeven wordt: simuleer_groot_aantal_potjes_Monopoly(startgeld_speler) als inputwaarde meekrijgt. Deze functie zal dit startgeld dan weer doorgeven aan een individueel potje.

Begin met 3000 euro startgeld en verlaag dat steeds met 500 euro: 2500, 2000, 1500, 1000, 500 tot 0 euro. Simuleer voor elke keuze van het startgeld 25000 potjes om zo nauwkeurig mogelijk het gemiddeld aantal worpen te bepalen dat nodig is om alle straten te kopen en maak uiteindelijk een grafiek van het gemiddeld aantal worpen als functie van de hoeveelheid startgeld.

In het officiele Monopolyspel krijgt elke speler 1500 euro. Print voor die specifieke hoeveelheid startgeld het aantal worpen dat je nodig hebt om alle straten te kopen en print dat als volgt op het scherm:

Monopoly simulator: 1 speler, 1500 euro startgeld, 10000 potjes
Gemiddeld duurde het XXX worpen voor de speler alle straten in zijn bezit had

Gebruik het verschil tussen het gemiddeld aantal worpen met 1000 euro of 2000 euro startgeld om een idee te krijgen wat het effect is (aantal worpen dat het spel er korter/langer over doet) voor elke 100 euro meer of minder stargeld.

Tips:

  1. Je mag de hoeveelheid startgeld in deze opdracht steeds met de hand aanpassen.

  2. Je kan je code testen door de speler een enorme hoeveelheid startgeld mee te geven. Met een miljoen euro creeer je namelijk effectief eenzelfde situatie als in opdracht 1 waarin geld geen rol speelt.